HOME

Vakinfo

Hoofdstuk 3: Bedreigingen, aanvallen en kwetsbaarheden

Cryptografie

- CRYPTOGRAFIE is de manier om gegevens zo te versleutelen dat alleen de beoogde ontvanger ze kan lezen.

- Cryptografie en cryptanalyse zijn onderdeel van de wetenschap van het maken en kraken van geheime codes; cryptografie beschermt data, cryptanalyse probeert het te kraken.

Encryptie en decryptie

- Bij encryptie wordt leesbare informatie (PLAINTEXT) omgezet in onleesbare informatie (CIPHERTEXT) met behulp van een algoritme en een sleutel.

- Bij decryptie gebeurt het omgekeerde: ciphertext wordt terug omgezet naar plaintext met de juiste sleutel.

Transpositie en substitutie

- Bij transpositie verandert de positie van karakters in de data; bij substitutie worden karakters vervangen door andere.

Eenmalige pad

- Een “one‑time pad” gebruikt een volledig willekeurige sleutel die even lang is als het bericht.

Randomheid en pseudorandom generators

- Echte randomheid is moeilijk te verkrijgen; computers gebruiken daarom PSEUDORANDOM generators die op basis van een startwaarde (“seed”) een reeks ogenschijnlijk willekeurige getallen produceren.

Symmetrische algoritmen

- SYMMETRISCHE ALGoritmen gebruiken dezelfde sleutel voor encryptie en decryptie — deze moet veilig uitgewisseld worden voordat communicatie kan starten.

Cryptanalyse

- Cryptanalyse is het proces van het kraken van encryptie door bijvoorbeeld patronen in ciphertext te zoeken, zonder de sleutel te kennen.

- Technieken omvatten bruteforce‑aanvallen, dictionary‑aanvallen en rainbow‑tables.

Tools voor kraken

- Tools zoals JOHN THE RIPPER en HASHCAT worden gebruikt om zwakke wachtwoorden en hashes te kraken via verschillende methoden.

Data verduisteren

- Bij gegevensmaskering (MASKING) wordt gevoelige data vervangen door niet‑gevoelige waarden voor testen of analyse zonder privacyrisico.

Hoofdstuk 5: Integrity