- CRYPTOGRAFIE is de manier om gegevens zo te versleutelen dat alleen de beoogde ontvanger ze kan lezen.
- Cryptografie en cryptanalyse zijn onderdeel van de wetenschap van het maken en kraken van geheime codes; cryptografie beschermt data, cryptanalyse probeert het te kraken.
- Bij encryptie wordt leesbare informatie (PLAINTEXT) omgezet in onleesbare informatie (CIPHERTEXT) met behulp van een algoritme en een sleutel.
- Bij decryptie gebeurt het omgekeerde: ciphertext wordt terug omgezet naar plaintext met de juiste sleutel.
- Bij transpositie verandert de positie van karakters in de data; bij substitutie worden karakters vervangen door andere.
- Een “one‑time pad” gebruikt een volledig willekeurige sleutel die even lang is als het bericht.
- Echte randomheid is moeilijk te verkrijgen; computers gebruiken daarom PSEUDORANDOM generators die op basis van een startwaarde (“seed”) een reeks ogenschijnlijk willekeurige getallen produceren.
- SYMMETRISCHE ALGoritmen gebruiken dezelfde sleutel voor encryptie en decryptie — deze moet veilig uitgewisseld worden voordat communicatie kan starten.
- Cryptanalyse is het proces van het kraken van encryptie door bijvoorbeeld patronen in ciphertext te zoeken, zonder de sleutel te kennen.
- Technieken omvatten bruteforce‑aanvallen, dictionary‑aanvallen en rainbow‑tables.
- Tools zoals JOHN THE RIPPER en HASHCAT worden gebruikt om zwakke wachtwoorden en hashes te kraken via verschillende methoden.
- Bij gegevensmaskering (MASKING) wordt gevoelige data vervangen door niet‑gevoelige waarden voor testen of analyse zonder privacyrisico.